Sophie en Daniela,
individueel vrijwilligerswerk in Swaziland

Daniela Pittomvils en Sophie Geuens werkten ze zeven maanden mee als vrijwilliger in Manzini Youth Care (MYC), een opvangtehuis voor kansarme jongeren in Swaziland.

Dag Sophie en Daniela, hoe gaat het met jullie?

Goed! We zijn hier heel hartelijk ontvangen, dus we voelden ons snel thuis. Ondertussen zijn we helemaal ingewerkt. We hebben wel lange dagen en we werken hard, maar we doen het nog altijd met zeer veel goesting.

Lange dagen? Hoe ziet zo’n dag er dan uit voor jullie?

We beginnen om 8.30 uur met vrijwilligerswerk op het secretariaat van de organisatie. We proberen MYC meer kenbaarheid te geven via sociale media en een update van de website. We merken dat veel mensen, zelfs in Manzini, het opvangtehuis nog niet kennen, hoewel het al 30 jaar bestaat. We helpen mee aan het schrijven van sponsordossiers, zo haalden we vorige week € 15.000 binnen. In de namiddag gaan we met de jongeren aan de slag. Twee keer per week geven we muziekles of begeleiden we de marimbaband. Dat is een groepje jongeren die marimba spelen, een houten xylofoon. Drie keer per week splitsen we op en gaat de ene naar de kleuterschool en de andere geeft Engelse bijles. ‘s Avonds gaan we naar een van de tehuizen om huiswerk te maken en bijles te geven. Dus nu weet je ook waarom we ’s avonds vroeg in ons bed liggen.

"Er moest eerst een vertrouwensband ontstaan." Daniela

Zijn jullie daar de enige vrijwilligers?

Nee, we zijn met een vijftiental: Nederlanders, Belgen, Duitsers, Engelsen, enzovoort. Het is de eerste keer dat er hier zo’n grote groep vrijwilligers is. Het is zeker voor iedereen aanpassen geweest om samen te leven in één huis, maar sinds we goede afspraken maakten, bijvoorbeeld over de schoonmaak, lukt dat wel. We hebben wel onze eigen kamer zodat we af en toe toch wat privacy hebben. We koken en eten wel vaak samen en in de weekends trekken we er ook samen opuit. Sophie wordt hier door de anderen zelfs mama genoemd.

Hoe loopt het contact met de jongeren in het centrum?

Het centrum is hier opgedeeld in verschillende tehuizen met jongeren met een andere achtergrond. Sommige hadden een drugsproblematiek, sommigen zijn mishandeld … dus voor ons was het even zoeken, maar ook voor hen was het niet evident. Er moest eerst een vertrouwensband ontstaan. Maar we denken dat dat na een maand toch zeker goed zit. De meisjes zijn dan weer heel sociaal en zoeken veel contact.

Hoe is het leven in Manzini?

Manzini is een grote stad. Veel verkeer, kantoren en winkels, onze eigen fitness, veel mensen in beweging … De mensen zijn heel vriendelijk, sociaal en nieuwsgierig. Ze spreken ons spontaan aan, willen weten wie we zijn, wat we komen doen, enzovoort. Zo sprak iemand van de school ons aan omdat hij teleurgesteld was dat we nog nooit spontaan zijn kantoor waren binnengelopen om ons te gaan voorstellen. Wij zien een deur als een grens, zij eerder als een uitnodiging om ergens binnen te gaan.

Hoe zou je het nog verder omschrijven?

Aan de ene kant merk je dat de bevolking hun tradities wil behouden, aan de andere kant zie je wel dat er al zeer veel invloeden van buitenaf zijn. Op straat zie je mensen lopen in traditionele kledij gecombineerd met een aktetas of een regenjas erover. Het is echt een mix tussen lokale en westerse cultuur. Vele jongeren willen ook wat meer afstand nemen van de ‘regels en sterke tradities’ die de koning het land oplegt.

Wat is het grootste verschil met België?

De stereotypes worden bevestigd. We zijn heel hard gebonden aan tijd en het nakomen en maken van afspraken. In de Swazicultuur ligt dat anders. Ze beleven hier het aspect ‘tijd’ helemaal anders. Zo hebben we eens drie uur op iemand moeten wachten. Plannen kunnen altijd last minute veranderen. De vriendelijkheid is echter hartverwarmend. Elke keer een hartelijke begroeting of een lach.

"De vriendelijkheid is echt hartverwarmend." Sophie

Hoe waren die aanpassingen dan voor jullie?

We hebben ons op bepaalde vlakken anders moeten opstellen. Daniela heeft bijvoorbeeld heel hard leren relativeren. Natuurlijk hebben we ook moeten leren omgaan met bepaalde frustraties als er weer iets anders liep dan gepland. Dit is een goede oefening.

Wat was jullie leukste moment?

Dan denk ik het optreden met de marimbaband voor de ministers van Swaziland, Mozambique en Zuid-Afrika. We wisten dat we moesten optreden, maar niet voor welk publiek. Dus vertrokken we met de jongeren van MYC in onze gewone kleren naar dat congrescentrum. Bleek het daar poepchic te zijn: mooie stoelen met een kleurrijke strik, mannen in maatpak, superveel hapjes en drankjes, enzovoort. Na een echt geslaagd optreden wilden we terug naar MYC vertrekken, tot de bewakingsagent ons zei dat we gerust iets mochten nemen om te eten en te drinken. Je had moeten zien hoe onze jongeren glunderden toen ze dat hoorden. En natuurlijk lieten wij de lekkere hapjes niet aan ons voorbijgaan.

We hoorden dat jullie ook een guilty pleasure hadden?

Niet ver van de kleuterschool is er een kleine koffiebar, waar ze de lekkerste muffins en koffie van heel Manzini verkopen. En een- of tweemaal per week na de muziekles, als de verleiding te groot is, durven we daar weleens binnen te stappen en onszelf te verwennen met zo’n lekkere muffin.

Waarom zou je dit vrijwilligerswerk aanraden aan anderen?

Het is goed om eens in een andere omgeving te zijn en samen te leven met mensen met andere gewoontes en cultuur. Je leert er veel van. De kinderen hier zijn oprecht blij dat je je om hen bekommert. Je kan hier echt iets voor hen betekenen. Ze worden zo gelukkig van die kleine dingen die je met hen doet. Sala Kahle!