Het verhaal van het vergrootglas.

José J. Gómez Palacios beschreef in de Bollettino Salesiano het leven van Don Bosco telkens door het oogpunt van een ruimte of een voorwerp. In deze tekst is het vergrootglas aan het woord.

De Memorie Biografiche vermelden het volgende: “In 1878, bij het eindigen van de herfst, toen de dagen korter werden, had hij vele uren gewerkt bij het licht van een olielamp en toen was de kwaal aan zijn rechteroog zo verergerd dat hij in december er niets meer kon uit zien. Reimon, een befaamde specialist in oogziekten, bezocht hem herhaaldelijk en verklaarde dat zijn linkeroog, dat reeds verzwakt was, wellicht over korte tijd zou uitdoven. Daarom schreef hij hem voor niet meer te lezen noch te schrijven na zonsondergang.” (Memorie Biografiche XIII, blz. 689-690)

Het gebeurde geleidelijk aan: Don Bosco begon steeds vaker te knipperen met zijn ogen. Van jonge leeftijd af leed hij aan branderige ogen door het voortdurend lezen en schrijven bij kaarslicht of het schamele licht van een olielamp. Twee maal trof hem op een haar na een blikseminslag. Don Bosco studeerde nog aan het seminarie van Chieri toen in 1840 een bliksem op de borstwering viel terwijl hij bij het raam stond te kijken naar de dreigende lucht. Enkele uit de muur losgerukte bakstenen troffen hem in de maagstreek en wierpen hem bewusteloos op de grond. Jaren later, in St. Ignatius sopra Lanzo waar hij deelnam aan de Geestelijke Oefeningen, trof een ontlading van een bliksem zijn voeten. Hij bleef ongedeerd, maar liep daarbij een kwaal op aan zijn ogen, die vaak terugkwam. Het rechteroog bleef daardoor voor altijd gebrekkig. Op een dag ontdekte hij dat zijn rechteroog nog nauwelijks de ​​brieven kon onderscheiden die hij met zijn snelle nerveuze handschrift geschreven had. De letters bij zijn schrijven werden steeds groter, maar het geheel ook meer verward en onzeker.

Het geheim dat hij probeerde te verbergen, kwam uiteindelijk op ieders lippen. Zo was Don Bosco wel verplicht een oogarts op te zoeken. De diagnose was duidelijk: een absoluut verbod om te lezen en te schrijven na zonsondergang. Het was een verschrikkelijk verdict voor Don Bosco: schrijven was voor hem namelijk het grote middel om zoveel mogelijk goed te doen. En hij had nog zo veel dingen te zeggen aan de gewone mensen en aan zijn jongens! Don Bosco zelf verklaarde : “Het is waar: met één oog zie ik minder dan met twee. Toch hoop ik dat de Heer mij dat ene zal bewaren, want anders zou ik niet meer kunnen werken. Och, de Heer zal het wel op een of andere manier in orde weten te brengen.”

Inderdaad, dan kwam ik op het toneel. Ik lag te slapen in de etalage van een opticien in Turijn. Ik was een prachtige, vergrotende lens. Mijn lichaam was van kristal, stevig vastgezet in een stijlvol houten frame dat eindigde in een goed gedraaid handvat. Mijn taak bestond er in kleine dingen groot te maken. Toen Don Bosco mij zag, kocht hij me onmiddellijk. Hij stak me in de zak van zijn priesterkleed en aangekomen in zijn kamer nam hij meteen een ​​boek van de plank en bracht mij dicht bij de bladzijde en ... ik heb schitterend werk geleverd: ik gaf aan Don Bosco’s ogen de vreugde terug te kunnen lezen zonder moe te worden. Vanaf dat moment werd ik de trouwe metgezel van de tafel en de reizen van Don Bosco. Dankzij mij was Don Bosco in staat te kunnen lezen tot het einde van zijn dagen hier op aarde.

Met heimwee herinner ik me de bladzijden van de gewijde geschiedenis of de vele brieven, met zoveel genegenheid geschreven aan zijn jongens en weldoeners. Tien jaar lang heb ik samengewerkt met Don Bosco om boeken te schrijven die de jongeren hielpen groeien. Het was de roeping van ons beiden: dat wat klein was, groot doen worden.

Vertaling door provinciaal Wilfried Wambeke sdb.

vergrootglas