Images-loading
Images

Tips & Tricks voor animatoren

Images

Hoe leg je een spel uit?

Duidelijke speluitleg
- Zorg dat jij en je mede-animatoren de regels goed kennen.
- Leg het spel logisch uit en oefen op voorhand.
- Zorg dat het doel van het spel duidelijk is.
- Praatje-plaatje: toon wat er moet gebeuren of geef een voorbeeldje.
- Stel gerichte vragen aan de kinderen om te checken of ze je uitleg begrepen hebben.

Een spelleider
- De spelleider geeft de uitleg en begeleidt het spel.
- Andere animatoren: materiaal klaarzetten, animeren, problemen oplossen, vragen stellen, meedoen.
- De regels van de spelleider tellen. Ondermijn elkaars gezag hier niet.

Materiaal
- Materiaal op voorhand zoeken, checken en klaarzetten.
- Geen overbodig materiaal in de buurt dat voor afleiding kan zorgen.
- Ruim alles netjes op achteraf: materiaalzorg!

Animatie
- Inkleding van je spel: verhaal, verkleden, enz.
- Enthousiasmeer je kinderen tijdens de volledige activiteit.
- Wees betrokken!

Aangepast aan het kind
- Hou rekening met de leefwereld en interesses van je leeftijdsgroep.
- Zorg voor voldoende uitdaging op hun eigen niveau.
- Pas je spel aan in functie van de groep: wat kan deze groep wel/niet?

Fair play
- Duidelijke regels waar de kinderen zich aan moeten houden, zijn belangrijk. Dat moet altijd met gezond verstand bekeken worden: dikwijls is het veel leuker als de kinderen een beetje kunnen valsspelen. Zolang een activiteit daar niet onder lijdt, hoeft dat geen probleem te zijn. Let erop dat niet telkens  dezelfde verliest en benadruk ook de verdiensten van de verliezer.
-  Stel eerlijke en duidelijke regels en zorg dat ze nageleefd worden.
- Zorg ervoor dat ploegen eerlijk ingedeeld worden.

Terrein
- Speel altijd op een geschikt en veilig terrein.
- Baken het terrein duidelijk af.
- De grootte van het terrein bepaalt de moeilijkheidsgraad van het spel.

Eind- en beginsignaal
- Een beginsignaal is zeker belangrijk bij grote spelen, bv. bosspel.
- Een eindsignaal is belangrijk voor elk spel. Geef dat duidelijk aan tijdens de speluitleg.
- Rond het spel af wanneer het nog leuk is. Laat het niet ‘doodbloeden’.

Images

Hoe pas je een spel creatief aan?


1. Starten vanuit materiaal

Bij een normale voorbereiding wordt er bijna altijd gestart vanuit een gekend spel. Daarvoor wordt er dan een materiaallijst gemaakt. Het materiaal wordt dus gekozen in functie van het spel. Denk bijvoorbeeld maar aan het spel vlaggenroof. Je verzamelt enkele kegels en een vlag en je kan aan de slag.

Wat als we dat nu eens omdraaien? In plaats van een geschikt spel te zoeken, en tot je frustratie te merken dat je alweer aan dezelfde spelletjes denkt, duik je gewoon eerst eens het materiaalkot in. Je verzamelt een drietal (dat kies je natuurlijk zelf!) leuke en diverse materialen en gaat daarmee aan de slag.

Bijvoorbeeld:
Materiaal: een parachute, een frisbee en een stukje touw
Spelidee: Alle kinderen nemen een handvat van de parachute vast, behalve een. Degene die niet aan de parachute staat, loopt rond de cirkel met het stukje touw. Wanneer die speler tussen twee anderen in de cirkel gaat staan, moeten die twee elk een kant op lopen, de cirkel rond, en het stukje touw proberen te bemachtigen. Wie het kan pakken, mag rondlopen en tussen twee anderen gaan staan. Ondertussen wordt er met de parachute geschud en gooien de spelers de frisbee over de parachute naar elkaar. Als je de frisbee ontvangt, moet je de naam roepen van iemand die aan dezelfde kleur staat als jij. Jullie wisselen dan van plaats door onder de bewegende parachute door te lopen. Daarna wordt de frisbee verder geworpen. Wie hem vangt, mag dus een nieuwe naam roepen.

Natuurlijk bepaal jij zelf welk materiaal je gebruikt en hoeveel stuks. Daag je creatieve brein uit door alle stukken materiaal te gebruiken voor je spel. Dat is echter geen must! Je kan altijd minder of evengoed juist méér materiaal gebruiken. Het belangrijkste is dat je een nieuw spelletje ontwikkelt!


2. Spelelementen


Als je geen volledig nieuw spel wilt maken, kan je een bestaand spel gewoon pimpen. Dat kan je bijvoorbeeld doen met de methode van de spelelementen. Voor een bepaald spel schrijf je alle elementen op die je kan bedenken. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het terrein, de ploegen, het materiaal, de regels, enz. In het onderstaande voorbeeld hebben we dat gedaan voor voetbal.


Nadien overloop je de verschillende elementen en maak je aanpassingen. Je bepaalt zelf welke elementen je wilt aanpassen en hoe je dat dan wilt doen. Laat je maar eens goed gaan! Daarna overloop je de elementen van je gepimpte spel en bekijk je of het nog haalbaar is. Indien nodig maak je nog enkele aanpassingen en voilà, je nieuwe spel is geboren!


3. De Roos

Een derde optie om creatief aan de slag te gaan, is de Roos gebruiken.
Hoe doe je dat?
Teken een grote cirkel en verdeel die in verschillende taartstukjes. In elk vakje schrijf je nu een klein spelletje. Neem gewoon het eerste wat in je opkomt. Nu kan je zelf kiezen hoe je verder aan de slag wilt gaan. Ofwel kies je één spel en kijk je welk spelletje ertegenover staat, ofwel kies je zelf twee of drie spelletjes die je wilt combineren. De bedoeling is dus dat je spelletjes met elkaar gaat combineren. Je kan van beide spelen enkele regels nemen, of je wat meer baseren op het ene spel. De keuze is volledig aan jou. Laat je creativiteit maar de vrije loop!


Bijvoorbeeld:

Ik kies het spel kat-en-muis en ga dat nu combineren met vlaggenstok. De kinderen staan in een grote cirkel met hun benen open. In de cirkel lopen er een kat en een muis. De kat moet de muis vangen, maar de muis kan ontsnappen in een muizenholletje (= door de benen van iemand in de cirkel kruipen). Als dat gebeurt, wordt die persoon de kat en de voormalige kat wordt de nieuwe muis. De muis die door de benen is gekropen, moet gaan rechtstaan met de benen open. Ondertussen loopt er langs de buitenkant van de cirkel iemand rond met een vlag. Die kan tussen twee spelers gaan staan, die dan rond de cirkel moeten lopen en de vlag moeten proberen te pakken. Wie daarin slaagt, mag nu zelf rondlopen met de vlag.


Om het nog leuker te maken, kan je natuurlijk extra regels toevoegen of nog een extra spel gebruiken om te combineren. Zo zou je hier ook pang-pang kunnen aan toevoegen. Wie aangewezen wordt door de schutter moet dan niet op de grond gaan zitten, maar wordt de nieuwe kat. Ondertussen voeren de twee buren van de beschotenspeler een kort duel. De verliezer moet gaan zitten.

Images

Extra spelbagage: kennismakingsspelen

Ik zit op het speelplein in de groep met...
Alle kinderen zitten in een kring op een stoel. Eén kind gaat in het midden van de kring staan. Het kind dat rechts van de vrijgekomen stoel zit, schuift een plaats op en zegt: “Ik zit ...”. De volgende schuift mee op en vult aan: “... op het speelplein ...”. De derde die opschuift, zegt: “... in de groep met kindje X.” Kindje X moet dan op de vrije stoel gaan zitten. Het kind in het midden moet op de vrijgekomen plaats van kindje X proberen te gaan zitten voor het spel opnieuw in gang wordt gezet.

Roepen in de cirkel
De kinderen staan verdeeld in drie cirkels. In elke cirkel start er iemand met een naam te roepen van iemand anders in de cirkel. Die moet dan meteen een nieuwe naam roepen. Terwijl je roept, wijs je ook naar die persoon. Als je niet meteen een nieuwe naam kan roepen of een foute naam roept, moet je naar een andere cirkel.

Kampioenschap blad-steen-schaar
We doen blad-steen-schaar tegen elkaar. De winnaar wordt aangemoedigd door de spelers van wie hij of zij gewonnen heeft. Dat moet heel luid en enthousiast gebeuren. Elke keer dat je wint, wordt je aanmoedigend team dus groter. Zo ontstaan er luidruchtige groepen. Er is een finale en zo krijgen we uiteindelijk onze winnaar!

Mingle mingle mingle
De kinderen lopen door elkaar. De spelleiding roept een vraag, Bijvoorbeeld: “In welke jeugdbeweging zit je?” Alle kinderen moeten daarop hun antwoord roepen en op zoek gaan naar deelnemers met hetzelfde antwoord. Als ze iemand gevonden hebben met hetzelfde antwoord haken ze hun armen in elkaar en gaan ze verder op zoek naar nog anderen met hetzelfde antwoord. Na een minuut onderbreekt de spelleiding het spel. Als er op dat moment groepen zijn die hetzelfde antwoord hebben maar nog niet aan elkaar vastgehaakt zijn, krijgen zij een fitnessoefening alsstrafpunt (bv. 10 jumping jacks, 10 keer pompen, ...).

Hop hop hop
De spelers staan in een grote cirkel. Om beurten moet elk kind iets over zichzelf zeggen. Bijvoorbeeld ‘Ik zit in een zwemclub’. Iedereen die in een zwemclub zit, moet dan een sprongetje vooruit maken. Je moet proberen om iets te zeggen waarbij er zo weinig mogelijk anderen kunnen springen.

Het doek valt
Twee teams staan tegenover elkaar, met een doek tussen hen in. Ze kiezen elk iemand uit. Die spelers gaan met hun rug naar het doek staan, elk aan hun kant. Op een signaal laten we het doek vallen. Het team moet dan zo snel mogelijk proberen uitbeelden wie er van het andere team achter het doek staat. De speler in het midden moet die naam roepen.

Wie ontbreekt er?
We lopen kriskras door elkaar rond in een zaal of buiten. Op een signaal gaat iedereen op de grond liggen met de ogen gesloten. We bedekken een aantal mensen met een doek. Na het tweede signaal mag de rest komen kijken: wie ontbreekt er?

Uitbrekertje
De kinderen gaan in een cirkel staan, haken hun armen in elkaar en gaan zo dicht mogelijk tegen elkaar aan staan. In het midden van de cirkel staat de uitbreker. Die moet zo snel mogelijk uit de cirkel geraken. Als extra kan je ook een inbreker aanduiden die dan buiten de cirkel start en erin probeert te geraken.

Images

Hoe deel je groepen in?

Grassprietjesgevecht
Elk kind pakt een grassprietje en gaat tegenover iemand anders staan. Ze haken hun grassprietjes in elkaar en nemen elk hun sprietje aan de uiteinden vast tussen duim en wijsvinger. Nu moeten ze allebei trekken. Degenen van wie het grassprietje breekt, vormen de ene groep. De winnaars vormen de andere.

Schoenwerpen
Alle kinderen moeten één schoen losmaken en aan hun tenen hangen. Nu moeten ze die allemaal van achter een lijn tot in een cirkel (of op een tafel) proberen te schoppen. De eerste zoveel die daarin slagen, zitten in groep 1, de rest in groep 2.

Dierentuin
Elk kind moet een kaartje trekken met een dier op. Ze mogen dat aan niemand tonen. Ze verspreiden zich over de ruimte en doen hun dier na. Als je een soortgenoot vindt, ga je bij elkaar staan. Dat doen ze tot ze al hun soortgenoten gevonden hebben.

Appelsien snijden
Je maakt een rechte lijn met alle kinderen, ze houden elkaars hand vast. Het ene uiteinde begint zich op te rollen zodat uiteindelijk alle kinderen mee opgerold zijn en in een hoop staan. Die appelsien kan je dan in vier stukken snijden. Met een beetje geluk krijg je zo vier gelijke groepen.

De Titanic
Laat alle kinderen kiezen om groepjes van vier te maken. Als ze dat gedaan hebben, moeten ze samen iets uitbeelden, bijvoorbeeld de iconische scene uit Titanic, maar het kan ook een bos, diep in de zee, of wat dan ook zijn. Je geeft gewoon vier zaken mee die verplicht uitgebeeld moeten worden. Bijvoorbeeld: Kate, Leo, boot en ijsberg. Dan moeten uiteindelijk alle ijsbergen een groep vormen, alle Kates, Leo’s enz.

Keuzes maken
Je groep kinderen staat met hun ogen dicht naast elkaar. Je stelt telkens een vraag met twee opties, elke optie staat voor een richting waarin ze moeten springen (A=> naar voren; B=> naar achteren). Dat herhaal je een paar keer. Steek er echt dilemma’s in zodat je een goede spreiding van je groep krijgt. Zo kun je de voorste, middelste en achterste kinderen bijeen zetten.

Nog meer ideeën om groepen in te delen?
Zoek op "groepsindeling" in de spelfiches



Images

Maak een Escape Room

print_escaperoom.pdf

Images

Test jouw kennis over Don Bosco!

Speelplein Heidevreugde organiseert jaarlijks een Don Boscodag voor de kinderen en animatoren.
Zij stelden deze Don Boscoquiz samen.

Vul de Don Boscoquiz online in.

1) Waarom wou Don Bosco zo graag priester worden?

A. Dan was hij zeker van een goede job te hebben.
B. Een priester werd met veel respect behandeld en daar wou Don Bosco zeker van zijn.
C. Hij hield veel van God en mensen en wou zijn leven daaraan geven.

    2) Waarom kon Don Bosco niet veel naar school gaan?

    A. De school was niet verplicht en dus ging hij niet.
    B. De school was te duur.
    C. Zijn broer Antonio wou niet dat hij ging.

      3) Wanneer sterft de papa van Don Bosco?

      A. Als Giovanni Bosco 5 jaar was
      B. Als Giovanni Bosco 11 jaar was
      C. Als Giovanni Bosco 2 jaar was

        4) Waarom moest kleine Giovanni Bosco thuis weg gaan?

        A. Er was geen eten genoeg voor iedereen
        B. De grote broer Antonio maakte veel ruzie omdat Giovanni teveel las.
        C. Er was een kamer te weinig om er allemaal te kunnen wonen.

          5) Waarom leerde Giovanni Bosco koord lopen?

          A. Om mee te werken in een circus.
          B. Om kinderen van de buurt te animeren, plezier te geven
          C. Omdat hij geen gsm had en anders niet wist wat doen

            6) Waarom vond Don Bosco spelen belangrijk?

            A. De kinderen waren goed en fijn bezig met elkaar.
            B. Zo werd er bespaard op de lesgevers: minder les, minder leerkrachten betalen
            C. Omdat de kinderen Don Bosco zo met rust lieten.

            7) Hoe heette de eerste vaste plaats van Don Bosco voor zijn jongens?

            A. Casa maim
            B. Huisje Pinardi
            C. Huisje Don Bosco

              8) Waarom bracht Don Bosco zijn mama naar zijn huis waar de jongens woonden?

              A. Omdat hij vond dat zijn jongens een mama nodig hadden.
              B. Omdat hij mensen tekort had om te koken en te wassen.
              C. Omdat mama Marghareta geen huis meer had om in te wonen.

                9) Waarom bezoekt Don Bosco zijn jongens op hun werk op de bouwwerven?

                A. Don Bosco bezoekt en helpt hen aan een beter loon.
                B. Don Bosco brengt hen wat water.
                C. Don Bosco komt hen uitnodigen voor een feestje.

                  10) Waarom vond Don Bosco het zo belangrijk om de gevangen jongens een dag mee naar buiten te nemen?

                  A. omdat ze frisse lucht nodig hadden
                  B. omdat ze zouden weten dat er iemand hen vertrouwt
                  C. omdat ze zich eens goed konden uitleven.

                    11) Waarom had Don Bosco zoveel vertrouwen in Maria, dat hij telkens tot haar bidt?

                    A. Hij had het bidden tot Maria van zijn eigen mama geleerd, en later wordt dit geloof tot Maria steeds sterker.
                    B. Hij was bang dat er teveel fout zou gaan.
                    C. Het was een gewoonte van die tijd.

                      12) Waarom wou Dominiek Savio zo graag Don Bosco helpen door te zorgen voor kinderen die het moeilijk hadden?

                      A. Dominiek wou goede punten verdienen.
                      B. Dominiek vond het belangrijk om andere jongens op de goede weg te brengen.
                      C. Dominiek Savio speelt graag ook een beetje voor meester.

                        13) Hoe noemde Don Bosco de grijze hond die hem beschermde?

                        A. Oscar
                        B. Il Gritzio
                        C. Doggy

                          14) Wat doen de jongens als Don Bosco zeer zwaar ziek wordt?

                          A. Ze roepen een dokter
                          B. Ze brengen hem naar het ziekenhuis
                          C. Ze bidden dag en nacht voor hem.

                            15) Hoe heette de eerste zuster van Don Bosco?

                            A. Petronilla
                            B. Zuster Greta
                            C. Maria Mazzarello

                              Images

                              Hoe communiceer je met ouders?

                              Bron: Vlaamse Dienst Speelpleinwerk 

                              Wat willen ouders weten?

                              Speelpleinen hebben heel wat informatie te delen en ouders hebben heel wat vragen over de werking. Ouders zijn niet als één groep te benaderen in communicatie. Ga gericht informeren via meerdere kanalen en analyseer welke middelen het beste werken.

                              Relevante zaken om ouders over te informeren:

                              • Praktisch: uitstappen, zwemmen, verloren voorwerpen, financiën en kortingen

                              • Kindgerelateerd: krijgen ze genoeg water als het warm weer is, wat eten ze vandaag, bij wie kan een kind terecht als het zich niet goed voelt, diversiteit/inclusie, wat heeft mijn kind gedaan vandaag

                              « Bij ons hangen er boven de uitgang symbolen van de activiteiten. Kinderen kiezen de uitgang van de activiteit die ze vandaag hebben gedaan. Zo zien ouders direct wat hun kind die dag heeft uitgespookt. »

                              • Inhoudelijk: wie zijn de animatoren, hoe zit het speelsysteem in elkaar, hoe gaan jullie om met de jonge leeftijd van animatoren, welke regels en afspraken zijn er voor de kinderen, hoe gaan jullie om met het open terrein en weglopende kinderen, wat is de eigenheid van het speelplein, waarom houden jullie niet de hele zomer werking

                              « In het ouderboekje legden we uit hoe ons Open Speelaanbod in elkaar zit en wat de visie erachter is. Sindsdien kijken ouders met een andere blik naar animatoren. »

                              Middelen om te communiceren met ouders:

                              • Offline: ouderboekje, nieuwsbrief/krantje per week, huishoudelijk reglement, het ouderbord

                              • Online: Facebookpagina of Facebookgroepen, via de website

                              • Persoonlijk: een onthaal- of zwaaimoni, een ouderfeest of Open Speelpleindag, ouders ‘op de koffie’

                              « Wij steken structuur in de boodschappen op ons ouderbord zodat het blijft opvallen. Info die altijd uithangt of verandert per week, een aparte kleur per leeftijdsgroep of een aparte kleur voor iets dat iedereen gelezen moet hebben. »

                              Je organiseert een infoavond maar ouders komen niet opdagen? Plan volgend jaar een thema-avond over veiligheid, opvang, speelsysteem, privacy ... en kijk hoeveel opkomst daar is.

                              Wat willen ouders jou vertellen?

                              Niet alleen willen speelpleinen ouders informeren, ook ouders hebben heel wat te vertellen.

                              89,6 % van de ouders vindt het belangrijk om animatoren voldoende op de hoogte te brengen van bijzondere kenmerken van hun kind. Dat kan gaan over eventuele beperkingen maar evenzeer over ‘het is vandaag hun verjaardag’, ‘ze zijn wat ziek’ of ‘ze hebben slecht geslapen’.

                              Vertrouwen is daarbij belangrijk. Vertrouwen dat er met de informatie aan de slag gegaan wordt maar ook dat de informatie discreet behandeld wordt.

                              De volgende zaken helpen om vertrouwen te scheppen:

                              • Een vast aanspreekpunt

                              • Een telefoonnummer waarvan ze zeker zijn dat er iemand opneemt

                              • Weten wie de telefoon zal opnemen

                              • Foto's uithangen van de (hoofd)animatoren

                              • Informatie opschrijven in een ouderschriftje

                              • Terugkoppeling 's avonds over hoe de dag verlopen is

                               Meet the Parents

                              Speelse tool voor jeugdwerkbegeleiders

                              Een goede relatie opbouwen met ouders, hoe doe je dat? 'Meet the parents' is een speels reflectie-instrument waarmee begeleiders in het jeugdwerk in team kunnen uitzoeken hoe hun jeugdwerking toegankelijk kan zijn voor ouders en hoe je een positieve relatie met hen kan uitbouwen.

                              Die tool van De Aanstokerij is beschikbaar bij Jeugddienst Don Bosco. Je kan hem uitlenen, vraag het aan Stijn: stijn.junius@donbosco.be.

                              Images

                              Een avondwoordje maken

                              “Help! Ik moet een avondwoordje maken maar ik heb dat nog nooit gedaan!” Of nog: “Ik heb al zoveel avondwoordjes gegeven en het ontbreekt mij echt aan inspiratie.” Geen nood, de redding is nabij. Met een paar tips en tricks zetten we je op weg om een pro te worden in het geven van avondwoordjes.

                              Een stille ruimte om het avondwoordje te geven, is mooi meegenomen. De sfeer in die ruimte brengt je toehoorders hopelijk tot rust en dat maakt het voor jou iets gemakkelijker.

                              Een avondwoordje hoeft niet lang te duren. Sommige duren een vijftal minuten, andere trekken het graag wat langer.

                              Een tekst, wat muziek, een verhaal, een gedicht, een Bijbeltekst, een gebeurtenis: het kan allemaal. Zolang je maar zelf overtuigd bent van de boodschap die je wilt brengen.

                              Er is ook heel wat materiaal beschikbaar. Misschien heb je op het speelplein wel een bezinningskoffer waaruit je inspiratie kunt putten.

                              Ook online vind je heel wat bruikbaar materiaal:

                              Op avondwoordjes.be vind je heel wat inspiratie voor avondwoordjes en bezinningsmomentjes.

                              De pagina netwerkvoorpastoraalmetjongeren.be bevat uitgewerkt materiaal van de jeugdbewegingen.

                              Jeugddienst Don Bosco biedt een vorming over avondwoordjes en bezinningsmomenten aan waarin we effectief aan de slag gaan. Je krijgt tijdens die vorming heel wat input en tips. We staan ook stil bij een paar do’s-and-don’ts. Het resultaat is uiteindelijk de uitwerking van een of meerdere avondwoordjes, die je ook ineens mag uitvoeren. Zo krijg je de kans om te oefenen en om ervaringsgericht te leren.

                              Images

                              5 gouden tips van Jens

                              5 tips en tricks om een geweldige zomer in te duiken van Jens De Vos, animator op speelplein Don Bosco in Halle.


                              *Klop klop klop*

                              Wie is daar? De speelpleinzomer!

                              O ja, de speelpleinzomer staat voor de deur. Kan je niet wachten tot de poorten opengaan op de eerste speelpleindag? Joelende kinderen die de speelplaats bestormen. Vol verwachting uitkijkend naar het eerste spel. Zou die ene leuke moni dit jaar weer op het speelplein staan? Met de eerste speelpleindag aan de horizon ben ik eens beginnen nadenken over tips en tricks voor een geweldige speelpleinzomer.

                              1. Dag 1, ga helemaal loco!

                              Toon op de eerste dag meteen alle gekkigheid die de kids deze zomer kunnen verwachten. Sta met de hele ploeg verkleed klaar om de anciens tussen de kinderen op te vangen of om juist de verlegen gastjes die aan hun allereerste speelpleinervaring beginnen uit hun schulp te lokken. Doe die gekke hoed aan en verander in mister magic die overal een muntje van achter tevoorschijn tovert.

                              2. Word een fenomeen op je eigen speelplein.

                              Ga aan de slag met je eigen talenten.

                              Ben je een uitmuntende jongleur of misschien een grootmeester in het sjorren van de meest geweldige kampen? Neem dat talent met beide handen vast en ga ermee aan de slag. Organiseer een workshop tipi’s sjorren of een wedstrijd waar kinderen hun eigen talenten kunnen showen. Wajooo, is da nu een gigagrote Speelplein’s Got Talent?

                              3. Wie wil jij zijn: Moni-Coolio of eerder den Ela Dat Mag Niet!?

                              Kinderen zijn niet altijd even flink. Kinderen die kattenkwaad uithalen, doen dat vaak omdat ze zich een beetje vervelen. Wijs hen op hun fouten maar word niet kwaad. Ga in gesprek en begin een competitie om het flinkste kindje te vinden.

                              Buig hun kattenkwaad om met behulp van de meest gekke spelimpulsen.

                              4. Writer’s block?

                              Net klaar met die vervelende examens, die bachelorproef afgewerkt en ingediend? Dan nu aan de slag met het voorbereiden van animaties.

                              Het is niet altijd even makkelijk.

                              Vrees niet: we maken het allemaal weleens mee. Gelukkig voor jou ben ik gaan zoeken naar een oplossing. Die heb ik ook gevonden. In ruil voor een vette knipoog en een fanta wil ik ze wel met jou delen. Klaar?

                              Download de spelfiches-app van de Jeugddienst op je slimme telefoon. Daar staan een heleboel spelletjes en animatie-ideeën in verzameld om je door die vervelende writer’s block heen te helpen. Je kan ook altijd terecht op jeugddienstdonbosco.be/animatie/spelfiches.

                              5. PLEZIER!

                              Enthousiasmeren, dat woord heb je waarschijnlijk al eens horen waaien. Ik zou nu een hele definitie van het internet kunnen plukken (misschien had ik dat beter gedaan 😀). Toch kies ik ervoor om jullie en korte samenvatting te geven. Namelijk: kinderen en jongeren motiveren en je enthousiasme doorgeven aan hen. Dat alles start bij jou! Heb plezier in wat je doet. Een speelpleindag kan soms wat lang duren maar een wijze man zei ooit: de tijd vliegt als je plezier hebt! Dus ga en beleef veel leuke momenten. Lachen, gieren en brullen.

                              Amuseer je en neem de kinderen mee in jouw plezier!

                              Images

                              De groene tips van Stig

                              Vorig jaar kwam ik met het voorstel om binnen onze werking speelplein Don Bosco Halle een werkgroep 'gezondheid' op te richten omdat dat me als toekomstig LO-leerkracht nauw aan het hart ligt.

                              Een paar vergaderingen later hebben we die werkgroep dan opgericht en waren er ook andere hoofdanimatoren die mee op de kar sprongen. Duurzaamheid zou er ook in aan bod komen en zo werd onze werkgroep Duurzaamheid & Gezondheid geboren.

                              Enkele dingen die we gedaan hebben:

                              1. Waterbar voor kinderen

                              We hebben een stand geknutseld waar een animator voor de kinderen water inschenkt in herbruikbare bekers. Zo wilden we het frisdrankverbruik verminderen en zo worden onze bekers ook niet weggeworpen maar wel opnieuw gebruikt! Vorige zomer waren er ook hittegolven dus onze waterbar was een groot succes!

                              2. Weg met wegwerp

                              Wegwerpborden en -bestek voor animatoren tijdens de middag vervangen we door servies van de IKEA en we hebben een afwasstand ingevoerd.

                              3. Gezonde tips

                              We hebben suggestielijsten met gezonde tips en beschikbaar gezond ontbijt en middageten opgehangen. Zo weten de animatoren wat er allemaal beschikbaar is om te eten, de gezondste dingen stonden bovenaan op de lijst.

                              Onze animatoren kunnen er ook zelf hun voorstel op invullen (als het maar gezond is 😀).

                              4. Vorming over gezonde voeding

                              Op Hoofdmoniweekend hebben we een sessie gegeven aan onze hoofdanimatoren over gezond ontbijt en middagmaal.

                              Heb jij nog groene tips voor op het speelplein?
                              Laat het weten aan stijn.junius@donbosco.be.
                              Images

                              HELP!

                              Download de gratis app van het Rode Kruis

                              Download de gratis app van het Rode Kruis.

                              Zet deze belangrijke telefoonnummers in je gsm

                              Algemeen noodnummer: 112

                              Antigifcentrum: 070 245 245

                              Volg een EHBO opleiding

                              www.rodekruis.be/wat-kan-jij-doen/volg-een-opleiding/ik-wil-een-opleiding-volgen

                              Preventie

                              Wat zijn mogelijke gevaren? Denk hierover na bij elk spel of bij elke activiteit!

                              • Omgeving aangepast aan het spel?

                              • Gevaarlijke obstakels op de grond?

                              • Voldoende uit de zon blijven, zonnecrème smeren?


                              Veel voorkomende problemen en hun to do’s

                              Eerste hulp van A tot Z:
                              www.rodekruis.be/wat-kan-jij-doen/volg-een-opleiding/hulptips/a-z

                              Schaafwonde
                              Wat stel je vast?
                              Een stukje huid dat oppervlakkig beschadigd is, maar dat wel wat kan bloeden.
                              Dit doe je!
                              1. Was je handen en trek wegwerphandschoenen aan.
                              2. Ga na wat er mis is. Vraag dat aan de patiënt en eventuele omstanders.
                              3. Reinig de wonde met stromend water:
                              • Laat het water boven de wonde stromen om vuil weg te spoelen.
                              • Eventueel mag je ook lichtjes wrijven met een steriel kompres, om zo het vuil te verwijderen.
                              4. Geen water voorhanden?
                              • Gebruik een waterig, niet-verkleurend ontsmettingsmiddel.
                              • Spuit het over de wonde of dep het met een kompres op de wonde. Lichtjes wrijven mag
                              om vuil te verwijderen.
                              • Zit er veel vuil in de wonde?
                              Neem regelmatig een nieuw kompres.
                              • Ontsmet nog een laatste keer met een proper kompres.
                              5. Droog de huid rond de wonde af.
                              6. Dek de wonde enkel af als
                              • er veel risico is om deze terug vuil te maken.
                              • de wonde blijft bloeden.
                              7. Gebruik een niet-inklevende pleister of wondzalf en een kompres om de wonde eventueel af te dekken.

                              Bloedneus
                              Wat stel je vast?
                              Bloed druipt of loopt uit de neus.
                              Dit doe je!
                              1. Was je handen en trek wegwerphandschoenen aan.
                              2. Ga na wat er mis is. Vraag dat aan de patiënt en eventuele omstanders.
                              3. Raadpleeg een arts als de bloedneus het gevolg is van een slag of stoot, als ze erger wordt of gepaard gaat met andere symptomen.
                              4. Laat het slachtoffer zitten met het hoofd lichtjes voorovergebogen.
                              5. Laat hem of haar de neusvleugels
                              5 minuten ononderbroken dichtknijpen, net onder het harde gedeelte van de neus.
                              6. Controleer na 5 minuten of de bloeding gestelpt is.
                              7. Is de bloeding niet gestopt?
                              • Vraag de neus opnieuw 5 minuten dicht te knijpen.
                              • Controleer na deze 5 minuten opnieuw of de bloeding gestelpt is.
                              • Blijft de neus bloeden?
                              Ga naar een arts.
                              8. Is de bloeding gestopt?
                              • Maak de buitenkant van de neus

                              Verstuiking
                              Wat stel je vast?
                              • Pijn, zwelling en blauwverkleuring
                              ter hoogte van het gewricht.
                              • Het gewricht kan moeilijk gebruikt worden.
                              Dit doe je!
                              1. Zorg ervoor dat het slachtoffer het lidmaat zo weinig mogelijk beweegt.
                              2. Ga na wat er mis is. Vraag dat aan de patiënt en eventuele omstanders.
                              3. Ga naar een arts als:
                              • de pijn niet weggaat
                              na het koelen.
                              • je twijfelt.
                              4. Koel de verstuiking maximaal
                              20 minuten af.
                              Gebruik hiervoor ijsblokjes in een zakje water, een koelzakje
                              of koud water.
                              5. Breng het verstuikte lidmaat
                              in hoogstand.

                              Images

                              12 ideeën voor de Dag van de Animator

                              Images


                              De speelpleinzomer komt eraan. Kijken jullie er ook zo fel naar uit?
                              Speciaal voor jullie hebben we tips en tricks verzamelt. Daar kunnen jullie vast mee aan de slag om de vele kinderen en jezelf als topanimator een buitengewone zomer te bezorgen.

                              "Ik vind het fijn om met verantwoordelijkheid om te gaan."

                              animator - Don Bosco Oud-Heverlee